Over het algemeen vinden we een gesprek geslaagd, als we het gevoel hebben dat er in een gesprek is nagedacht. De praktijk is vaak anders. In veel gesprekken wordt helemaal niet nagedacht. De deelnemers zeggen wat ze in hun hoofd hebben, wat ze bedacht hebben lang voordat het gesprek begon. Hierdoor komt het ter plekke nadenken niet tot stand. Een manier om dat wel te bereiken is het ‘kapittelen’. Het kapittelen: het bijeenroepen van het kapittel, de vergadering van geestelijken om te overleggen over een belangrijke kwestie, is een specifieke vorm van beraad die voortkomt uit de Benedictijner traditie.
De hoofdregel van het kapittelen luidt: zoals als iemand aan het woord is geweest, zolang zwijgen allen die aan het gesprek deelnemen. Pas daarna spreekt de volgende. De stilte vormt een wezenlijk onderdeel van het gesprek.

Stappen

  1. De deelnemers zitten bij voorkeur in een kring en kunnen elkaar goed zien.
  2. De groep is niet te groot, maximaal tien deelnemers.
  3. Kies een thema voor het gesprek. Dat kan in de vorm van een vraag, een stelling, een regel of een gedachte.
  4. De gespreksleider leidt het gesprek in en legt de gespreksregels uit.
  5. Na de inleiding begint het gesprek in stilte. Als één van de deelnemers wil spreken, dan spreekt hij of zij. Daarna is het stil. Na enige tijd zal de volgende spreken enzovoorts.
  6. Het gesprek is niet gericht op het beantwoorden van de vraag of het bewijzen van de stelling. Het gaat om een onderzoek, om in stilte op gedachten te komen.
  7. Als iedereen heeft gesproken, komt de tijd om af te ronden. Dit kan bijvoorbeeld door eenieder te vragen om voor zichzelf op te schrijven. wat de kern van het gesprek is.
  8. Tot slot is het mogelijk om het gesprek na te bespreken. Hoe is het om op zo’n manier een gesprek te voeren? Wat doet de stilte met jou, met de groep en met het gesprek? Zie je een plek in je eigen leven waar je deze vorm van gesprek kunt toepassen?

Geef een reactie

Your email address will not be published.

*